Geschiedenis van de kerk

meer geschiedenisbagijnen

Stalpart van der Wiele

Achter de neogotische toegangsdeur ligt aan het Bagijnhof 21 in Delft een pareltje verscholen: de uit 1743 stammende schuilkerk in Hollandse barok van de Oud-Katholieke parochie van de heilige Maria en Ursula. Inderdaad, twee heiligen omdat in 1784 twee parochies werden samengevoegd. De kerk mocht vanaf de straat niet zichtbaar zijn (de protestanten hadden het destijds voor het zeggen) en werd dus achter een paar woonhuizen verstopt. Dat de kerk er überhaupt kwam, is te danken aan pastoor Broedersen, die goede contacten had met de gemeente Delft en de bouw grotendeels uit eigen zak financierde (!). Een andere beroemde pastoor staat in steen gehouwen midden op het Bagijnhof: Johannes Stalpart van der Wiele (1579-1630), de advocaat die priester werd en vele liederen dichtte, die hij samen met zijn begijntjes zong.

(Oud) katholiek in de geschiedenis

Waarom is dit nu niet gewoon een katholieke, maar een oud-katholieke kerk? Dat zit zo: in de loop van de tijd zette een groep katholieken zich steeds meer af tegen de toenemende centralisatie van de kerk in Rome en beriep zich daarbij op de oude, oorspronkelijke vorm van christendom uit de eerste eeuwen, die veel democratischer was. Ook nu nog onderscheiden de Oud-Katholieken zich van de Rooms-Katholieken door het gebruik van de landstaal in hun diensten, het afwijzen van het celibaat en de toelating van vrouwen tot het ambt. En natuurlijk wordt de pauselijke onfeilbaarheid door hen niet erkend.

Van armenzorg tot studentenhuisvesting

Het Bagijnhof, gesticht in 1286, behield zijn puur religieuze karakter tot 1575. De daar woonachtige begijntjes hielden zich bezig met ziekenzorg (er stond ook een ziekenhuis, met kapel), armen- en bejaardenzorg. Verder was het hun taak de priesterkleding op orde te houden.
Bij de grote stadsbrand in 1536 werd het Bagijnhof grotendeels in de as gelegd. Ten tijde van Napoleon waren er soldaten ingekwartierd. Nu wonen er veel studenten.